Naar de inhoud
Banner

Inzending: De fakkeldragers van de ondergang

Inzending14 mei 2026

ROOD Amsterdam

Dit artikel is een ingezonden opiniestuk. De opvattingen zijn daarmee geen officiële standpunten van ROOD en sluiten niet noodzakelijkerwijs aan op de meningen van al onze leden. Leden kunnen opiniestukken indienen door een conceptversie te sturen naar de redactie via redactie@roodjongeren.nl.

Recente heksenjachten maken de collectief psychologische verwarring in ons land schrijnend duidelijk. De zomer wordt ingeluid met intimidatie van en brandstichting door groeperingen die gelijkenissen vertonen met fascistische knokploegen. De opkomst van ‘Defend-x’-groepen in Nederland kan met filosoof Achille Mbembe worden begrepen als samenvloeiend met een geconstrueerde wereld waarin het liberale Westen gerechtvaardigd is om een war on terror te voeren tegen zogenaamde grensindringers.

De nadruk op verdediging laat overduidelijk zien dat deze wanordelijke regimenten veronderstellen te verkeren in een staat van oorlog welke tegengeweld vereist. Dus trekken ze in drommen door vermeend vredelievende straten met brandende fakkels en racistische leuzen, om de veiligheid van de burger te waarborgen. Het idee te verkeren in een staat van oorlog is een passende misvatting voor een politiek stelsel dat in afnemende mate zelfkritiek durft te beoefenen uit angst dat economisch-politieke belangen worden ondermijnd. Tevens is het veelzeggend dat een politiek stelsel, dat oorspronkelijk een amalgamatie van colonialiteit en racialisering is, in tijden van confrontatie met een hulpbehoevende Ander terugvalt in ontmenselijking en bagatellisering. Ontmenselijking is een functioneel mechanisme dat voorkomt dat humanitaire hulp wordt gerechtvaardigd, en fungeert enkel indien gesproken wordt over een migrerende figuur die erop uit is ‘onze vrouwen’ te verkrachten en ‘ons welverdiende comfort’ af te nemen, terwijl confrontatie met een daadwerkelijk hulpbehoevend mens met échte problemen uitblijft. Dat is het moment dat de misconstructie in duigen valt. Gerelateerde bagatellisering van humanitaire crises, een verwezenlijking van epistemische onrechtvaardigheid, is behulpzaam voor het afschilderen van de ander als gelukszoeker in plaats van als rechtmatige asielzoeker, een uiting van zondebokpolitiek en politiek van vijandigheid waarvoor het Westen de hand niet meer voor omdraait.

Zelfs zij die oorspronkelijk een redelijk begrip hadden van het feit dat we spreken over heuse noodbehoevende mensen, niet over mensen die van binnenuit onde samenleving proberen te ontwrichten, raken het humanitaire ideaal kwijt naarmate ze verstrikt raken in maatschappelijke discussies omtrent het idee van de migrant. Zo krijgen onze defend groepen hun zin en slagen ze erin het publieke debat rondom een abstractie te laten draaien, wat in staat stelt onschuldigen te demoniseren, en onze kleinburgerlijke fascisten in hun flatjes met hun blikjes bier kunnen blijven foeteren over de ineerstorting van de prachtige Westerse cultuur.

In samenspel met machtsbeluste politici wordt potentieel productieve, revolutionaire aandacht afgeleid van daadwerkelijke problematiek. Maatschappelijke onzekerheid wordt politiek uitvergroot en moedwillig verkeerd geattribueerd, terwijl onze verse bruinhemden, altijd al de dupe van hun eigen misleiding, hun walgelijke speren richten op een groep die bijgestaan verdient te worden. Terwijl de dissonantie tussen realiteit en diens politieke reconstructie verder uiteen lopen, voltrekt zich een toenadering tot de ondergang van onze democratie. En zij die menen de zondeval te remmen, zijn zij die het hardst roeien.